Politie & Landmacht in dialoog over Social media

Politie & Landmacht in dialoog over Social media

Het hoofdonderzoek is begonnen!

De eerste stappen zijn al gemaakt voor het hoofdonderzoek. Allereerst heb ik samen met Diane Velner een e-mail opgesteld met betrekking tot de uitnodiging naar een aantal functionarissen voor een interview. De bedoeling is dat de e-mail iedereen aanspreekt en netjes verantwoord wie ik ben, wat ik doe en waarom ik mijn interview houd. Dit is het kwalitatieve deel van mijn onderzoek en de kans om de potententiële doelgroep (en) in kaart te brengen.

Inmiddels zijn de interviews gestart. Het Interview met kolonel Ronald Rietbergen was de eerste van de reeks.  Ik vind het altijd een uitdaging om de data die je krijgt via een interview op een creatieve en interessante manier te verwerken in het hoofdonderzoek. Daarom heb ik gekozen voor een creatieve oplossing om de Klout Matrix te gaan aanpassen. Deze matrix zal ik gebruiken als persoonlijke graadmeter van de aanwezigheid en kennis op social media gebied bij de Landmacht. Later kan ik deze matrix ook  gebruiken om de organisatie in kaart te brengen en te kijken welke positie zij zich bevindt. Nu weer even terug naar het interview.

klout-matrix

Het interview met kolonel Ronald Rietbergen begon prima, eerst een korte introductie over mijzelf en het doel de onderzoeksvraag van OOCL. Vervolgens kwam mijn vraag:  Wat is huidige informatie behoefte van het OOCL ? Waarop Kolonel Ronald Rietbergen antwoordde:Mooie vraag, welke informatiebehoefte”? Daar had hij natuurlijk helemaal gelijk in. Altijd  goed om even bij je eigen vragen stil te staan en te kijken wat je nou precies wilt bereiken. Dit was zo’n moment. Wat wil ik vragen? De informatiebehoefte gerelateerd aan de huidige Facebookpagina van OOCL.

De Facebookpagina van OOCL voelt nog statisch aan, waar ik hem geen ongelijk in kan geven. De Facebookpagina moet naar mijn mening zich nog vormen en groeien. Wat ik ook vaker signaleer en zelf ervaren heb, is dat de drempel nu nog te hoog ligt om even informatie van de Facebook of de Twitter te consumeren.  Er moeten nu nog te veel stappen gemaakt worden. Tijd is zoals altijd ook een factor die zwaar weegt. Voor “even” de socials te bekijken is in de huidige functie nog geen tijd voor vrij gemaakt.  Wat een goede opmerking was dat er een soort ‘alert’ functie of waarschuwing komt als er iets gebeurd wat jij interessant nieuws vindt. Dit zetten mij even aan denken en is mogelijk met elke soort social media of platform.

Persoonlijk vind ik dat deze informatie wel op de persoon afgestemd moet worden. Het mooiste is als de persoon zelf zijn nieuwsstroom kan aangeven en dan noodzakelijk berichten gepusht worden. Uit mijn vooronderzoek blijkt wel dat de informatiebehoefte van OOCL erg breed georiënteerd is. Wat ook naar voren kwam in het interview, is dat iedereen binnen de Landmacht moet hun eigen verhaal kunnen vertellen, de vraag blijft of dit altijd zo verstandig is. Naar mijn eigen mening heeft dit te maken met kaders aangeven en Do’s and Don’t zijn essentieel om dit te begeleiden.

Hoe zie jij social media een bijdragen leveren aan de “steunzenders”?

Wat zijn steunzenders? Voor het publiek thuis dit zijn personen, bedrijven of instellingen waar je een beroep op kan doen en jouw bedrijf op een positieve manier vertegenwoordigen. Dus ook wel ambassadeurs genoemd.

Kolonel Rietbergen ziet dit als volgt: ‘Iedereen die ons kan helpen om de Koninklijke Landmacht weg te zetten zijn steunzenders.’ Dan vat ik het zelf even samen als dat de focus meer moet liggen op nationale inzet, dus oefeningen en ondersteuning in Nederland zelf. Zo kan er meer bekendheid gegenereerd worden over wat wij kunnen als Koninklijke Landmacht, gewoon laten zien wat je kan en zo kunnen mensen hier ook een beroep op doen. Hulpdiensten informeren over de mogelijkheden en kunde van de Koninklijke Landmacht. Ik merk dat ik veel nuttig informatie heb gekregen uit dit gesprek, wat ik dus ga verwerken in mijn hoofdonderzoek. Ik sta eigenlijk achter alle punten die aangedragen zijn. Ik vind zelf ook interessanter om persoon zelf te spreken en zijn verhaal mee te krijgen dan een variatie daarop.  Maar goed volgende keer even stil staan bij de vragen, check!

 

Wie is @ElGiraffo?

Mijn tweede interview was met Sergeant-Majoor Marcel van Hemert ook wel genoemd @ElGiraffo. Ik heb hem eigenlijk leren kennen via Twitter omdat hij optreedt als ‘interne’ steunzender van de Koninklijke Landmacht. Ik zag hem al regelmatig tweeten en het dialoog aangaan. Ik dacht: “kijk dat is ook iemand die moet vragen in het onderzoek”.  Daarnaast heeft hij ook een eigen website genaamd: BOEKJE PIENTER – De ‘Way of life’ van de militair. Hierin staat alle vakjargon dat ik dagelijks te horen krijg. Het is dus enorm handig voor militairen en “spijkerbroeken”
(uitleg spijkerbroek: een aspirant militair). Zo staat er een quote op zijn website: “The first step to understanding is to call things by their right names.” Van Laozi (filosoof Chinese Oudheid).

Nu deze introductie ga ik verder met de vragen.

In het onderzoek komt naar voren dat de manschappen lastig te bereiken zijn via e-mail en social media is dat correct?

Dat hoeft helemaal niet zolang daar ook effort ingestoken wordt. De manschappen moeten wel de middelen beschikken bijvoorbeeld een tablet of smartphone. Hopelijk zit dit binnenkort ook bij de standaard uitrusting (wishfull thinking?) maar dan toegespitst op het online gebruik.  De behoefte naar social media direct is nog niet bekend, dat moet nog gepeild worden merkt Sergeant-Majoor Marcel van Hemert op. Twitter wordt nog niet veel gebruikt. Terwijl er wel veel Facebook gebruikt wordt onder de soldaten en korporaals. Ding die al gebeuren op de Facebook zijn bijvoorbeeld dat er al wel alumni groepen opgericht worden. Maar wel merkt hij op dat er nog geen formele informatie deling plaats vindt over social media.

Na deze vraag begon er ergens even een drilboor te draaien , maar dit stoorde ons gesprek niet. Na mijn laatst slok koffie genomen te hebben, waren bijna alle vragen al doorgenomen en bleek dat wij over veel dingen redelijk gelijk gestemd te zijn. Dat is zeker een positief gevoel. Toen kwam ik bij de laatste vraag die is als volgt:

 

Hoe kunnen wij van OOCL de toevoeging aan de maatschappij inlaten zien van de krijgsmacht via Social media?

Via de inzet van nationale diensten. We moeten de burger laten zien waar wij goed in zijn.

Je ziet weer vergelijking met mijn vorige interview, dit zijn belangrijke punten die ik mee neem in mijn uiteindelijke adviesrapport. Het klinkt vaak als een open deur maar toch is belangrijk om dit te blijven aanstippen.

Politie & Landmacht op Social media

Politie? Jazeker Politie in Haaglanden is zich zelf zeer goed aan het positioneren via social media. Dit had ik al mee genomen in mijn vooronderzoek. Maar hoe geweldig is het om ook iemand te spreken die hier veel van af weet. Dat is dus gebeurd, via de kracht van LinkedIn en netwerken. Via mijn stagebegeleidster Diane Velner had ik een naam gekregen: Marco Leeuwerink. Vervolgens ben ik deze naam opgaan zoeken op LinkedIn & Twitter en heb ik zo contact gezocht en zelfs een interview eruit gekregen. Hiervoor heb ik ook Kapitein Gian Santegoeds meegenomen aangezien hij een onderdeel is van het OOCL en dus de Koninklijke Landmacht, leek het mij geen slecht idee voor de informatiedeling en extra kennis samen met Gian te gaan. Met vragen gebaseerd op zijn LinkedIn profiel, casus Haaglanden en vragen vanuit Landmacht gingen wij opstap naar Den Haag.

Gian en Marco - Den Haag

Na een vriendelijk ontvangst aan de balie, werden wij door Marco verwelkomt en begon de introductie vanuit onze kant. Daarna begon ik met mijn eerste paar vragen.

Zitten de burgers echt te wachten op Social media? Zo, ja Is dit onderzocht?

Uit onderzoek is gebleken dat de burger wel degelijk zit te wachten op politie die online is en het dialoog aangaat. In grote lijnen is onderbouwd dat het werkt, maar dit moet je blijven onderzoeken. Dit is natuurlijk een actief proces wat steeds kan veranderen.

Zo was ik ook verrast dat eigenlijk elke bekende en grote social media wordt ingezet bij de Politie en dat er met Youtube is begonnen. Maar later de focus is gegaan naar een breder pallet zoals Facebook, Twitter en Hyves. Noemt hij nou Hyves? Ja Hyves wordt nog steeds meegenomen en zitten nog steeds specifieke groepen op die interessant zijn voor de Politie.

 

Hoe kunnen wij van de Landmacht de toegevoegde waarde aan de maatschappij inlaten zien via Social media?

Men niet weet wat een wijkagent doet, dit is denk ik vergelijkbaar met de Landmacht. Dus laat maar zien wat de Landmacht nationaal en internationaal doet. Het corporate Youtube kanaal van de Landmacht zet zich zelf goed weg.

Na dat de laatste vragen waren gesteld, zit ik toch algauw aan  4 pagina’s vol top informatie. Dit is even genoeg informatie om zoet mee te zijn.  Uit dit gesprek is toch gebleken dat er toch veel raakvlakken zijn met OOCL en dan breed de Koninklijke Landmacht organisatie. Zo kunnen wij dankzij dit soort kennisdeling moment veel van elkaar leren. Ook zijn de mogelijkheden van een tool voor hun interne netwerk genaamd Politie+ ( dit is een mix van Facebook, Twitter en LinkedIn en beetje Yammer) een hele verademing, met name om te weten dat dit bottom-up is ontstaan.

Via deze weg nogmaals de geïnterviewde mensen bedanken voor de kennis en informatie! Politie ‘keep up the good social work.’

De aankomende weken moet ik er even stevig tegen aan om alles voor 25 december in concept versie klaar te krijgen, maar dat gaat lukken met zo’n gezellig team als ik heb bij mijn stageplek OOCL .

 

 

1 gedachte over “Politie & Landmacht in dialoog over Social media”

Een reactie plaatsen

Protected by WP Anti Spam